| |
Bedrijfsprofiel
Wie met een vliegtuig een tochtje over de Nederlandse waddeneilanden maakt, zal zich verbazen over Vlieland. Vlieland wijkt af.
Terwijl op de overige eilanden de belendende zandplaat, het voornaamste dorp en daarmee ook de veerdam aan de westkant liggen en de uitgestrekte woeste gronden oostwaarts, is dat bij Vlieland andersom. De "Richel" en het dorp liggen in het oosten, de natuur - in de vorm van een enorme, kale vlakte en een langgerekt smal duingebied - in het westen en midden. Die zandvoorraad op de Vliehors en de overheersende westenwinden zorgden voor de vorming van het hoogste duin op de Waddeneilanden: het veertig meter hoge Vuurboetsduin, waarop logischerwijs de vuurtoren prijkt.
In de luwte van dat duin ligt het dorp Oost-Vlieland, waarvan de oudste vermelding uit 1245 dateert. Vanaf het laatste kwart van de 16e eeuw beleefde het dorp een bloeiperiode die zou duren tot het begin van de 19e eeuw. Het profiteerde van zijn gunstige ligging aan een beschutte reede, die steeds intensiever gebruikt werd door het toenemende scheepvaartverkeer naar de koloniën van de Republiek.
Anders dan op de overige eilanden ontbreekt op Vlieland de landbouw; het ontbreekt er aan geschikte landbouwgrond. Het maritieme bedrijf was met enige kustvisserij eeuwenlang de hoofdbron van bestaan. Na de opening van het Noordzeekanaal (1876) en de opkomst van de stoomvaart veranderde dat. Na een diepe crisis verschoof sinds de jaren '20 van de twintigste eeuw het accent naar waar het nu ligt: het toerisme. Daarnaast biedt Defensie werk aan zo'n 20% van de huidige beroepsbevolking.
Vlieland kende lange tijd een tweede dorp: West-Vlieland, dat bedreigd en in 1736 definitief ingenomen werd door de zee. De zee knaagt nog steeds aan de Noordzeekust van het eiland en wel veel sterker dan aan de overige eilanden. Ook de tientallen strandhoofden - aangelegd vanaf 1854 - zult u op andere Waddeneilanden vergeefs zoeken. Rijkswaterstaat zorgt voor het onderhoud aan de hoofden.
De grootste vijand van Oost-Vlieland was het zand, dat met name 's winters het dorp binnenstoof. Rond de eeuwwisseling werd de toestand onhoudbaar. Voor het symbolische bedrag van fl 1,00 verkocht de gemeente haar woeste grond aan Staatsbosbeheer, die voor dat bedrag ook de beheersverplichtingen op zich nam.
Na enig zoeken naar en experimenteren met de juiste boomsoort voor het tot dan toe boomloze eiland werd tussen beide Wereldoorlogen een brede bosgordel aangelegd om het dorp. Tot op de dag van vandaag is nagenoeg alle grond buiten de dorpskom eigendom van Staatsbosbeheer.
|